Deze Dogon kruk is afkomstig uit Mali en werd traditioneel gebruikt binnen het dagelijkse en sociale leven van het Dogon-volk. Krukken waren onmisbare gebruiksvoorwerpen, maar droegen tegelijk een symbolische en esthetische betekenis.
De kruk is volledig met de hand gesneden uit één stuk hout en kenmerkt zich door haar geperforeerde decoratie: kleine, zorgvuldig aangebrachte gaatjes die het oppervlak ritmeren. Deze perforaties zijn typisch voor Dogon-houtbewerking en dienen zowel een decoratief als symbolisch doel. Ze verwijzen naar ideeën rond ritme, adem, gemeenschap en kosmologie, en geven het object een lichte, open structuur.
De vorm is compact en krachtig, met een duidelijke balans tussen functionaliteit en sculpturaliteit. Door jarenlang gebruik ontwikkelde het hout een diepe, natuurlijke patina, met zachte glans en slijtage op de contactpunten. De combinatie van het doorleefde hout en het geperforeerde patroon maakt deze kruk tot een bijzonder expressief object.
Vandaag wordt deze Dogon kruk gewaardeerd als sculpturaal interieurobject. Ze kan gebruikt worden als lage zitplaats, bijzettafel of puur als decoratief stuk met aanwezigheid. Perfect binnen wabi-sabi, minimalistische en etnisch gelaagde interieurs.
Elke kruk is uniek en draagt de stille sporen van handwerk, tijd en cultuur.
Culturele context Dogon:
In het centrum van Mali, in de regio van de stad Mopti, ligt een gebied van vierduizend vierkante kilometer. Dit gebied strekt zich uit vanaf de stad Bandiagara helemaal tot de grens van Burkina Faso. Dwars hierdoor loopt het Bandiagara escarpment (de Falaise). Het is een tweehonderd kilometer lange klif met een hoogte van zo’n driehonderdvijftig meter.
De Bandiagara is een bijzonder landschap van kliffen en zandplateaus. Er is prachtige architectuur te vinden: huizen, graanschuren, altaren, heiligdommen en Togu Na – gemeenschappelijke ontmoetingsplaatsen.
De tientallen dorpjes en gehuchten die variëren van kleine nederzettingen met 4 huizen tot dorpjes met enkele honderden inwoners staan bekend onder de naam ‘Land van de Dogon’.
De Dogon zijn van oorsprong een landbouwvolk en het aanwezige water maakte dat ze hun gewassen konden verbouwen. Daarnaast trok het water ook dieren aan die werden geschoten voor bushmeat.
De voornaamste reden was echter dat de klif bescherming bood. De Dogon maakten het omliggende land helemaal vlak en bouwden hun dorpen dicht bij de rand van de klif. Zo konden ze hun vijanden al van ver aan zien komen. Als niet-moslim volk waren de Dogon namelijk een doelwit. Het kwam in die tijd nog vaak voor dat moslim stammen hele dorpen aanvielen en de bevolking meenam als slaven die ze bij de koningen en keizers aanboden.
Het zijn animisten, met een rigide sociale en religieuze organisatie, die tussen hemel en aarde leven en zich uiten door middel van rituele dansen en ceremonies.
De sociale en culturele tradities van de Dogon behoren tot de best bewaarde van het gebied van Afrika net onder de Sahara.